Spieken mag

1 Mar 2018

 

 

Voor mij op tafel staat een doos. Ik draag hem al jaren met mezelf mee, soms wordt hij zwaarder, soms wordt hij lichter. Andere mensen en ikzelf stoppen er dingen in. Nutteloze dingen, handige dingen en we halen er van alles ook weer uit. De doos is precies groot genoeg voor mij om vast te kunnen houden.

Ik leun iets naar voren op mijn stoel en kijk over de rand van de doos. Wat zit erin? Een paar stenen. Nutteloos gewicht dat in de doos terecht is gekomen door gebeurtenissen, door keuzes die ik achteraf anders had gemaakt, door gedachtes, door wat andere mensen hebben gezegd tegen mij. Ik kijk naar wat er onder de stenen ligt. Er liggen wat papieren met informatie. Kennis die ik kan gebruiken op mijn studie en werk, maar ook in andere situaties. Er zit een pen in, waarmee ik kan schrijven. Als ik de stenen wat verplaats en de papieren optil komt daaronder nog een stapeltje foto’s tevoorschijn, ansichtkaarten en tickets van verschillende dagjes uit en vakanties. Een doos gevuld met vervelende dingen, leuke dingen, handige dingen. Met alle dingen die ik heb verzameld door mijn leven heen zou die doos inmiddels toch vol moeten raken?

 

Toch word ik door de wereld om mij heen aangemoedigd om alles eruit te halen wat erin zit. Als ik dat doe, dan geef ik steeds meer van mezelf weg. Dan gebruik ik mijn kennis en krijg ik misschien wel een mooie baan. Maak ik daarnaast alle tickets op en doe ik leuke dingen. Vervolgens vertel ik aan iedereen om me heen wat ik meemaak door de foto’s te laten zien, plaats ik op facebook hoe fantastisch mijn leven is. De doos raakt langzaam leger, maar wordt niet lichter. Stenen zitten er namelijk genoeg in die doos. Het zijn er nog meer geworden dan eerst en steeds angstiger gluur ik over het randje van de doos naar ‘wat erin zit’. Ik geef alles wat ik heb tot er niets meer over blijft. Wat dan?

 

Die stenen daar moet ik vanaf. Daarbij moet ik denken aan wat mijn moeder vroeger zei: ‘Gedeelde smart is halve smart.’ In mijn doos vind ik geen telefoonnummer om te bellen om de lasten te delen. Ik kijk naar mijn lege handen, dan vouw ik deze samen en bid ik. Het eelt op onze schouders is niet dik genoeg om de hele wereld te dragen, dus draag ik het liever samen met God. Een last valt van mijn schouders. Die stenen lijken een stuk lichter als je ze samen tilt.

 

Als je alles eruit haalt wat erin zit, blijft de doos leeg. Je leven vult zich dan met leegte, terwijl het zich ook zou kunnen vullen met liefde. Zelf zie ik God vaak als het tegenovergestelde van leegte. Je leven vullen met God kan op verschillende manieren. Daar zit geen goed of fout in, maar alleen maar Liefde. Ik moet zelf zoeken naar waar ik God vind, maar het scheelt dat Hij graag gevonden wil worden. Als je jouw leven vult met God, dan kan je zijn liefde uitdelen. Probeer dan maar eens alles uit de doos te halen wat erin zit en je zal merken dat het telkens weer bijgevuld wordt. Je zal niet langer een leeg leven leiden, maar een vol leven dat niet te zwaar wordt, want je lasten kan je delen. Vervolgens zal je niet meer angstig over de rand van die doos heen kijken maar vanuit een ander perspectief, namelijk vanuit een extra paar ogen dat overzicht heeft over de doos en hem vult met liefde. Vanuit dat perspectief is even spieken zo slecht nog niet.

 

Dit artikel is eerder verschenen voor de Boothspraak van N.S.U.

Share on Facebook
Share on Twitter
Please reload

Please reload

4 Mar 2019

Please reload